Laatste berichten

Werkstress meest voorkomende beroepsziekte

 werkdrukStress op of over het werk is de meest voorkomende beroepsziekte in Nederland. Ongeveer een derde van het ziekteverzuim wordt veroorzaakt door werkgerelateerde psychische klachten. Dat blijkt uit een brief van minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) aan de Tweede Kamer.

De werkgerelateerde psychische klachten worden vaak veroorzaakt door een verstoorde balans tussen werk en privé, werkdruk, baanonzekerheid, of agressie en geweld op de werkvloer.

Bij veel bedrijven is het onderwerp nog onvoldoende bespreekbaar, aldus Asscher, die er daarom vier jaar lang samen met werkgevers en werknemers extra aandacht aan gaat besteden. Asscher wil een maatschappelijke dialoog op gang brengen. Daarnaast gaat de Inspectie SZW bij controles extra aandacht besteden aan werkstress.

Asscher wil in eerste instantie de grootste risico’s aanpakken: werkdruk, agressie, geweld en intimidatie op en rond het werk. In bijvoorbeeld het onderwijs en bij financiële instellingen wordt de helft van het ziekteverzuim veroorzaakt door hoge werkdruk. In het derde en vierde jaar van de aanpak staat het bestrijden van discriminatie en pesten op de werkvloer centraal. De aanpak richt zich daarnaast op een aantal doelgroepen met een hoger risico op uitval, zoals flexwerkers en mantelzorgers.

Ongeveer 40 procent van de werkende Nederlanders ervaart werkdruk. Vorig jaar gaf ruim twee miljoen mensen aan regelmatig onder hoge tijdsdruk te moeten werken. Ruim een miljoen werknemers hebben te maken of te maken gehad met ongewenst gedrag van collega’s en ongeveer 100.000 werknemers worden systematisch gepest.

ANP en nu.nl december 2013

 

‘Mama! Ga je zó werken?’ – Leven en werken in balans

 typenDeze week had ik een klusjesdag gepland voor mijn werk, de maandag. Dat is een wat ongebruikelijke dag om klussen te doen want meestal werk ik dan met cliënten. Maar deze week kwam me dat toch beter uit. Ik heb de afgelopen tijd veel bij- en nascholing gedaan, echt ontzettend leuk en leerzaam, maar m’n administratie is wat blijven liggen. Het is niet handig dat maar voor me uit te schuiven, dus dan er maar een dag voor ingepland.

 Zo’n klusdag hoeft voor mij niet ‘strak in het pak’ dat doe ik graag in m’n spijkerbroek. Dus op maandagmorgen schoof ik in vrijetijdskleren aan het ontbijt. Onze kinderen keken me aan met grote ogen. Het was even stil. “Máma! Ga je zó werken? In dié kleren?” Ik was nog niet helemaal bij mijn positieven om in te zien wat ze bedoelden. Dus ik zei: “Ja, vandaag wel.” “Maar dat kán toch helemaal niet, dat is helemaal niet netjes in die kleren. Waarom heb je je nette kleren niet aan? Je kunt toch niet met mensen praten in die lelijke kleren?” Toen werd ik wakker. (Ja, ‘lelijke kleren’ dat had me wakker geschud, ik vind het erg moeilijk om kleren bij elkaar te zoeken.) Ik legde de kinderen uit dat ik vandaag wel werkte maar niet met mensen sprak en dat ik vond dat ik dan best een spijkerbroek aan kon doen. Daar konden ze mee instemmen maar dat ‘pyama-achtige t-shirt’ dat kon toch écht niet, gaven ze me nog even mee.

 Later zette het me aan het denken. Waarom kleden wij ons zoals we doen? Wat zegt dat over ons? Wat laten we zien aan anderen met onze kleding? Zijn we onszelf of is het een vorm van onszelf die we laten zien? Leuk om eens even bij te stil staan!

 

 

Hoe kan ik mijn gestresste collega helpen?

gesprek Gestresste collega’s… ik denk dat iedereen wel zo’n collega kent. Ze lopen snel, spreken snel, zijn gejaagd, druk-druk-druk. De stoomlocomotief is aan het werk!

In dit artikel wil ik ingaan op de vraag van een lezeres wat je kunt doen om je gestresste collega te behoeden voor overspannenheid of burnout. Een collega kan een man of vrouw zijn, in dit artikel spreek ik over ‘zij’.

Het meest vervelende van deze situatie is dat je collega totaal niet inziet hoe gestresst ze is terwijl jij met lede ogen moet toezien hoe ze zichzelf verder in de nesten werkt…

Stress kan verschillende oorzaken hebben. Heeft iemand teveel hooi op de vork? Zijn er thuis problemen? Heeft iemand het idee dat hij of zij moet presteren om waardering te krijgen? Of is iemand vanwege zijn persoonlijke situatie al een tijdje overbelast en is de werkdruk nu teveel?

Heb je zorgen over je gestresste collega dan is het goed een gesprek met hem of haar aan te gaan waarin je je zorgen uit. Op deze manier geef je het signaal: ik denk dat het niet goed met je gaat. De gestresste collega zal dit signaal heel vaak niet kunnen ‘oppikken’. Hoezo rustiger aan doen? Het werk moet toch gebeuren? Er is met mij toch niets aan de hand? Jij weet toch ook wel dat Marie ziek is en Piet met zijn rug zit? Nou, dan moeten we toch allemaal wat meer doen? Ik voel me goed hoor!

In mijn praktijk kom ik deze reactie vaker tegen. Bij deze mensen valt vaak het kwartje als ik hen vraag om de stressklachtenlijst in te vullen. ‘Oei! Zoveel klachten….?! Daar was ik me helemaal niet van bewust!’

Als je zelf in de stress zit, heb je dat namelijk niet altijd in de gaten. Dat is het fnuikende van stress: het bouwt zich langzaam op, stukje bij beetje komt er steeds meer bij. Ook komen er langzaam aan meer klachten, bijvoorbeeld hoofdpijn, sneller geïrriteerd zijn, gaan piekeren, onzeker worden, slechter slapen, spieren in nek en schouder gaan vast zitten, minder goed kunnen concentreren, moe worden, last van de darmen krijgen, enz.

Deze klachten zijn een signaal, het gaat niet goed! Ik merk dat mensen deze signalen vaak negeren. Iemand die zo gedreven is, denkt eerder ‘kom, nog even doorzetten, en dan is het klaar en heb ik rust’. Maar die rust komt nooit omdat zowel geestelijk als lichamelijk het stressniveau te hoog is en vaak is er gewoonweg teveel werk wat nog gedaan moet worden, let wel: naar het idee van de gestresste persoon.

Het gesprek met je gestresste collega aangaan is dus een eerste. Wat zeker niét helpt, is de ander proberen te overtuigen van jouw visie dat zij gestresst is. Sociale steun is belangrijk, laat haar weten dat zij er niet alleen voor staat, haal eens een kopje thee voor haar. Als je kunt, bied dan je hulp aan; vraag of je ergens mee kunt helpen. Laat je collega het verschil zien hoe relaxed ze eerder werkte en hoe gestresst ze nu rond loopt, noem concrete voorbeelden. Dit zou haar aan het nadenken kunnen zetten: is er toch iets aan de hand? Vervolgens zou je, als je persoonlijker met elkaar omgaat, samen kunnen verkennen waar de stress vandaan komt.

Ik denk dat het verstandig is dat de gestresste collega een gesprek aangaat met haar leidinggevende, dat zou je haar kunnen adviseren. In de ideale situatie heeft haar leidinggevende al gezien dat de collega niet goed functioneert. Een leidinggevende kan echter geen gedachten lezen.

Zeker als de stress werkgerelateerd is en chronisch dreigt te worden, is het aankaarten belangrijk. Het is verstandig dan niet te lang ‘door te modderen’, maar hulp in te roepen. Deze hulp kan bestaan uit bijvoorbeeld een gesprek met de huisarts of de bedrijfsarts. Dat kan helpen om weer grip te krijgen op het probleem. Zo nodig kan de arts ook doorverwijzen naar een gespecialiseerde hulpverlener.

Tenslotte kun je zelf een gesprek met je leidinggevende aangaan en vertellen dat je je zorgen maakt om je gestresste collega.

 

Meneer Hoek is weg en het bedrijf gaat door

December 2012 las ik een artikel over de voorzitter van de Raad van Bestuur van Delta Lloyd, Niek Hoek. Delta Lloyd zat in zwaar weer dat jaar, het aandeel daalde met 25% op de beurs, het lukte niet om de Duitse activiteiten te verkopen en het bedrijf moest ook nog een winstwaarschuwing afgeven.

Topman Hoek koos temidden van dat tumult voor leven en werken in balans. De pullfactor was waarschijnlijk groot: zijn zoon kreeg een zeer ernstig auto-ongeluk en raakte zwaargewond. De ziekenhuisopname was geen kwestie van een weekje maar van vele weken. Het herstel duurde maanden. Hoek vertelt dat hij dit een zeer ingrijpende gebeurtenis vond. Een gebeurtenis die hem maandenlang van het werk hield. Wel, dat is natuurlijk de vraag. De ziekenhuisopname van zijn zoon hield hem niet van het werk. Nee, Niek Hoek koos daar zélf voor. Hij wilde blijkbaar tijd vrij maken om bij zijn zoon en wellicht bij zijn gezin te zijn. Niks mis mee, in zo’n levensbedreigende situatie wil je bij je kind zijn, bij je gezin. En natuurlijk is daar ruimte voor in het bedrijf. Het is Hoeks keuze om er dan te zijn, niet op het werk maar bij zijn gezin.

Vaak zien we dat de eerste weken iemand nog wel worden gegund maar dan moet je weer over naar de orde van de dag. Je bent nodig, er komen actuele zaken die aandacht vragen, de pullfactor wordt groter. Hoek bleef drie maanden weg. Hij volgde het bedrijf via zijn iPad, vertelde hij. In augustus kwam hij twee weken terug vanwege de halfjaarcijfers en daarna was meneer Hoek weer weg. Kijk, dat vind ik nu mooi. Ik kan me goed voorstellen dat het verleidelijk is om te gaan schipperen.

Met zijn zoon ging het inmiddels wat beter, het bedrijf vraagt zijn aandacht, sterker nog, het bedrijf zit in zwaar weer en toch kiest Hoek voor gezin en zoon. En het bedrijf… draaide prima zonder hem. Is de conclusie dan gerechtvaardigd dat de functie van meneer Hoek niet nodig is? Nee. De conclusie is, dat niemand onmisbaar is mits je het goed organiseert. Dat is een compliment voor Niek Hoek, hij managet Delta Lloyd blijkbaar zo dat anderen op een goede wijze werk van hem kunnen overnemen. Hij is niet voor niets in 2010 verkozen tot topman van het jaar door de leden van Managers Netwerk Nederland.

Applaus voor Ton Büchner

Na drie maanden ’tijdelijk vermoeid’ te zijn geweest, is Ton Büchner, de ceo van AkzoNobel, weer aan het werk. Goed gedaan Ton! Ik moet toegeven, aanvankelijk moest ik een beetje lachen, dat kwam door de term ’tijdelijk vermoeid’. Ik vind het een mooie term. Niet overspannen, niet gestresst, zelfs niet burnout, gewoon tijdelijk vermoeid. En dat is natuurlijk ook precies zoals het is: de accu is leeg, ’t gaat gewoon niet meer. Wat eerst vanzelf liep, dat loopt niet meer. Büchner vertelt slecht te slapen en erg moe te zijn. Concentratie? Niks concentratie.

Büchner nam mei vorig jaar het stokje van topman Hans Wijers over. Hij deed dit met verve. Reisde veelvuldig om de fabrieken en mensen van AkzoNobel te leren kennen. Hij sprak met investeerders en aandeelhouders. Hij vertelt dat hij drie en halve week van de vier onderweg was. Er zullen vast mensen zijn geweest die hem gewaarschuwd hebben dat hij dit niet zou vol houden. En ik kan me voorstellen dat hij, zo gedreven komt hij over, vast iets gezegd heeft in de trant van ‘dit is echt machtig mooi wat ik nu doe’ en ‘laat mij nou maar mijn ding doen’. Niet in de gaten hebbend dat machtig mooi werk en je ding in de flow doen, toch je accu leeg kunnen trekken.

Büchner kende als bestuurder geen moeheid, slecht slapen was voor hem ongewoon. Hij trok aan de bel toen hij klachten kreeg. Dat vind ik nu ontzettend goed. Niet wachten tot het vanzelf over gaat, aan de bel trekken en je klachten serieus nemen. Ook AkzoNobel nam zijn ziekte serieus. Büchner kwam in een andere molen en kreeg hulp. Ik denk dat hij nog redelijk op tijd is geweest met aan de bel trekken. Hij leerde met professionele hulp tijdig zichzèlf te bijsturen. ’t Zal voor hem niet makkelijk geweest zijn om zich ziek te melden, net een paar maanden in een andere functie, in een nieuw bedrijf en je dan ziek moeten melden… Vervolgens merken dat AkzoNobel op de beurs nogal wat verlies incasseert omdat de topman ziek is… dat legt druk. Maar toch… ik vind het sterk van AkzoNobel dat zij open naar buiten zijn getreden met het feit dat hun nieuwe topman even uit de running is. Zouden meer bedrijven moeten doen!

Ton Büchner is in drie maanden behoorlijk opgeknapt. Rust en herstel waren belangrijk, zegt hij. Wat hem duidelijk is geworden, is dat hij ànders moet gaan werken. Niet meer zoveel hooi op de vork zoals hij voorheen deed, maar ‘leven en werken in balans’. Tijd om te werken èn tijd voor ontspanning. Hij heeft als belangrijkste tip voor ons: neem je signalen serieus, doe er wat aan en kom fit weer terug. Plan je agenda, je bent zelf verantwoordelijk voor de invulling ervan. Lijkt me een goed advies voor de ruim 1 op 10 door stress gevloerde medenederlanders.